Friese klok info – geschiedenis 1670-1925

de friese klok
als symbool voor
huiselijke gezelligheid

Friese klok informatie: geschiedenis 1670 - 1925

Voor vele Nederlanders is de Friese klok een bekende klok. Men kent waarschijnlijk één van de varianten van dit type klok van vroeger thuis of men bezit er zelf één. Een Friese klok in huis geeft ook een sfeer van gezelligheid en intimiteit.

Artikelen met informatie over de Friese klok 
Ik krijg veel Friese klokken onderhanden (lees hier het verslag over een Friese klok reparatie) en daarom lijkt het mij leuk om een aantal pagina’s te schrijven over één van mijn favoriete klokken: de Friese klok.

Het is mijn insteek om op een aantrekkelijke manier globale informatie te verstrekken voor de lezers van deze website, die misschien ook zelf wel een Friese klok bezitten.

er zijn twee hoofdgroepen
bij friese klokken:
stoelklokken en staartklokken

Spillegang-lepelgang en ankergang

Bij de Friese klokken kun je twee hoofdgroepen onderscheiden: de stoelklokken die als gangsysteem de spillegang of lepelgang hebben en werden gemaakt tussen ongeveer 1670 en 1820.

En de latere typen staartklokken die de ankergang als gangsysteem hebben, deze werden tussen 1820 en 1880 vervaardigd.

'Saas it klokje thus tikket,
tikket it nearne’
een stoeltje
met vier poten

Waaraan dankt de Friese stoeltjesklok zijn naam?

De Friese stoeltjesklok heeft zijn naam te danken aan het stoeltje met vier poten waar de klok op is vastgemaakt. De uurwerk van de stoelklok is op een console geplaatst, de stoel dus. Deze stoel wordt vastgezet d.m.v. een pen in de bodemplaat van de klok. 

Waaraan dankt de Friese staartklok zijn naam?

Staartklokken hebben een lange kast, de staart, ook wel slingerkast of windkast genoemd. De slinger kan in deze kast heen en weer bewegen zonder last van wind of tocht te ondervinden. De staartklokkasten hebben een ovale opening in de schuif, waardoor men de slingerschijf kan zien.

de geschiedenis
van de friese klok

Friese klokken met een lepelspilgang

De eerste Friese klokken met een lepelspilgang
De geschiedenis van de Friese klok gaat terug naar de tweede helft van de zeventiende eeuw. Men vermoedt dat rond 1670 de eerste Friese stoeltjesklokken met een lepelspilgang verschenen.
Omstreeks 1670 kennen we ook zeer vroege Zaanse klokken (lees mijn blog hierover) en in Engeland werden op vrij grote schaal Cromwell- en lantaarnklokken gemaakt. In Zwitserland en Zuid-Duitsland zijn er ook veel lantaarnachtige modellen hangklokken te vinden. Het kan zijn dat deze klokken hun invloed hebben gehad op het ontstaan van de Friese stoelklok in Nederland.

Friese klokmakerijen zijn eerst nog kleine huisindustrieën
In de 17e eeuw zijn Friese klokmakerijen eerst nog kleine huisindustrieën. De industrie had in de vroege jaren geen grote omvang. Vele kleine plaatsen hadden een eigen uurwerkmakerij en bedienden voornamelijk hun eigen stadje en omgeving. Het was hard werken voor een karige boterham. Aangezien een klok gedurende lange tijd tot een luxe artikel heeft behoord was de vraag in de beginperiode niet groot.

De spillegang werd eindelijk vervangen door de ankergang
De spillegang, zoals deze werd gebruikt in de stoelklokken, werd rond 1825 vervangen door de ankergang, die al in 1676 was uitgevonden door de Engelsman William Clement. De ankergang heeft als belangrijkste voordeel op de spillegang dat zij veel nauwkeuriger loopt. De tijdsaanwijzing werd door de toepassing van dit systeem dus sterk verbeterd, wellicht een reden waarom ook de Friezen dit systeem, zij het wel wat lang na de uitvinding, uiteindelijk ook gingen toepassen.
Nog een belangrijk voordeel was het feit dat de gang, door de lange slinger, veel rustiger is. De snelle tik van de stoeltjesklok is veranderd in een rustige en evenwichtige tik.

de spillegang werd vervangen
door de ankergang

de overgang
van stoelklok
naar staartklok

Van spillegang naar ankergang
De verandering van spillegang naar ankergang rond 1825 moeten we zien als dè doorslaggevende reden voor de overgang van stoelklok naar staartklok.

Veel Nederlandse boeren en burgers hadden de Friese staartklok in de gang hangen zodat iedereen de klok kon horen. Maar de klokken waren ook populair in het buitenland, zo werden ze bijvoorbeeld geëxporteerd naar Zuid-Afrika en Indonesië.

De staartklok wordt populair na 1825
Na 1825 werd de staartklok dus populair en raakte de stoeltjesklok uit de mode. Men was genoodzaakt nogal ingrijpende veranderingen aan te brengen in het uurwerk en in het uiterlijk van de klok in verband met de lengte van de slinger. De Friese klok krijgt nu een geheel nieuw uiterlijk. Het uurwerk is ingesloten door de bovenkast, terwijl men de slinger in een slingerkast heeft ondergebracht.

Klokkenproductiecentra
in Friesland

1857 was een topjaar voor de Friese klok

In de 18e eeuw groeide de klokkenindustrie enorm in Friesland. Dit zette door in de 19e eeuw waarbij er rond 1857 alleen al in Joure 4.000 Friese klokken per jaar werden gemaakt.  

Belangrijke Friese klokkenproductiecentra waren: Leeuwarden (58), Grou (12), Sneek (21), Harlingen (16), Bolsward (10), Dokkum (12), Heerenveen (26), Franeker (30) en Joure (15).
Tussen haakjes ziet u het aantal klokkenmakersbazen, die enkele knechts te werk stelden.

de friese klokkenindustrie
wilde niet
moderniseren

Friese klokken hebben geen achtdaagse gangduur 
Alle Friese klokken hebben een korte gangduur, er zijn geen uurwerken die een achtdaagse of langere gangduur bezitten. Op dit punt worden wij steeds weer geconfronteerd met de behoudende houding van de Friese makers, het was ook in die tijd geen lastige klus een uurwerk te bouwen met achtdaagse gangperiode. Men deed het echter niet, omdat men nu eenmaal wars was van veranderingen aanbrengen.

De Friese klokkenindustrie wilde vasthouden aan ouderwets degelijk handwerk
De Friese klokkenindustrie wenste niet te moderniseren, met als triest gevolg dat deze vrijwel volledig in verval raakte. De werknemers in de Friese huisindustrie hadden het vak geleerd van vader op zoon. Men investeerde, misschien uit geldgebrek, niet in machines om raderen of rondsels te frezen, maar bleef liever werken op de manier zoals hun voorgangers dit hadden gedaan. De spotgoedkope Duitse prijzen waren niet te volgen, omdat men koppig bleef vasthouden aan het oude handwerk. De bouw van één uurwerk door een volleerde knecht duurde een week!

Is het dan een wonder dat de Duitse regulateur een kans kreeg? Het is mede door deze onverantwoorde hardnekkigheid dat de Friese uurwerkindustrie tegen het eind van de negentiende eeuw de nekslag kreeg.

de vraag naar friese klokken
neemt helaas
steeds meer af
de duitse regulateur neemt de markt over

De opkomst van de goedkope Duitse klok
Na de piek in 1857 neemt de vraag naar Friese klokken sterk af, nieuwe klokken werden toen al bijna niet meer gemaakt. De oorzaak hiervan was de opkomst van goedkope Duitse klokken, de regulateurs, die veel nauwkeuriger en wel acht dagen liepen.

In deze jaren ontstonden koortsachtig snel achter elkaar Duitse uurwerkfabrieken, waaronder die van Junghans. De machine had hier het handwerk verdrongen en veel artistieke waarden ging op ditzelfde moment voorgoed verloren. De persoonlijk met liefde en geduld gemaakte klok maakte plaats voor een massa-artikel.

Korting bij inruil van je Friese klok
Bovendien kon men bij uurwerkwinkels uit die dagen Friese klokken inruilen en kreeg dan 80 cent korting op de prijs van een regulateur, die 8 gulden kostte. De klokwinkeliers werden overstroomd met Friese klokken, maar wat moest men daarmee? De kasten werden klein gehakt en verbrand, de uurwerken werden op een hoop gegooid en verkocht als oud koper, dat werd omgesmolten. Vele duizenden prachtige Friese klokken verdwenen op deze manier op de schroothoop of werden door antiekhandelaars naar het buitenland verzonden.

De laatste Friese klokmakerij verdween ook
Rond 1925 verdween de laatste Friese klokmakerij.

Natuurlijk zijn er nog genoeg klokkenmakers die Friese klokken professioneel repareren en onderhouden. Ook maakt een enkel bedrijf nog Friese klokken op bestelling, maar het woord antiek kan hierop natuurlijk niet meer van toepassing zijn.

Vervaardiging van Friese klokken
1-11-1971 in Heerenveen